
Netwerkmarketing: wanneer aanbevelen plots verdacht wordt
"Is't netwerkmarketing? Interessant product, maar jammer, daar haak ik op af.”
Dat is een zin die ik al een paar keer gehoord heb.
En ik snap die reflex. Ik heb ze zelf ook gehad.
Netwerkmarketing roept meteen beelden op. Van pyramidesystemen. Van mensen die aan elkaar verdienen. Van enthousiasme dat net iets te pusherig overkomt. Het voelt voor velen als iets waar je beter op afstand van blijft, gewoon om geen gedoe te hebben.
Wat me alleen steeds meer begint te storen, is hoe snel dat oordeel er ligt, en hoe weinig we datzelfde kritische denken toepassen op andere vormen van verkoop.
Heb jij een afkeer voor netwerkmarketing? Lees dan zeker deze blogpost. Misschien verander je wel van gedacht...
Hoe we verkoop normaal vinden, zolang ze anoniem blijft
In de meeste verkoopmodellen verkoopt iemand omdat het zijn job is. Dat klinkt banaal, maar het is wel de kern. Een verkoper heeft een baas, een loon, targets en laten we vooral de bonussen niet vergeten. Hij verkoopt wat hij moet verkopen, ongeacht of hij het product zelf gebruikt of er persoonlijk in gelooft.
Soms weet hij zelfs dat het niet zo geweldig is.
Maar dat is zijn probleem niet, he. Hij doet gewoon wat van hem verwacht wordt en wat geld in het laatje brengt.
We vinden dat allemaal normaal. Zo werkt het systeem. Iedereen in de keten verdient mee en niemand ligt daar wakker van. Omdat het professioneel is georganiseerd. Maar vooral omdat het afstandelijk is, omdat we de gezichten niet zien. En als we het gezicht wel kennen, dan wuiven we het weg met "Ach ja, het is zijn job."
Netwerkmarketing haalt die afstand weg
Bij netwerkmarketing verdwijnt een stuk van die anonimiteit. De aanbeveling komt niet van “een verkoper”, maar van iemand die je kent, of tenminste kan plaatsen. Iemand die het product zelf gebruikt, er ervaring mee heeft, en daarover spreekt. Iemand die officieel een andere job heeft, maar extra kan verdienen als je die aanbeveling volgt.
Dat maakt het ineens veel concreter en persoonlijker.
En precies daar lijkt het te beginnen wringen.
Niet omdat het systeem op zich zo anders is, maar omdat het zichtbaar maakt wat in andere modellen netjes verstopt zit. Dat er altijd een keten is. Dat er altijd geld stroomt. Dat er altijd iemand verdient aan de keuze van een ander.
“Iedereen verdient daar aan mekaar”
Die zin hoor je vaak. En hij klopt ook.
Maar hij klopt overal.
Bij klassieke verkoop verdienen producenten, distributeurs, winkels en verkopers aan elkaar. Alleen noemen we dat dan geen probleem, maar marktwerking. Omdat het vertrouwd is en al zo lang bestaat. Niemand lijkt er emotioneel bij betrokken.
Bij netwerkmarketing wordt diezelfde dynamiek plots benoemd. En zodra iets benoemd wordt, wordt het ongemakkelijk.
Wat we ondertussen zelf constant doen
Wat ik zelf moeilijk blijf vinden, is hoe selectief we hierin zijn. We raden allemaal dingen aan. Een restaurant waar we goed gegeten hebben. Een boek dat ons geraakt heeft. Een product dat voor ons werkt.
We doen dat spontaan, zonder bijbedoeling. Mensen luisteren. Ze kopen. Het bedrijf verdient eraan. En dat voelt logisch.
Maar zodra iemand zegt: ik krijg daar ook iets voor terug, verandert de sfeer. Alsof de ervaring plots minder waard is. Alsof de intentie verdacht wordt, terwijl de inhoud dezelfde blijft.
Wie wél betaald mag aanbevelen
Tegelijk kijken we zonder veel moeite naar bekende mensen die producten promoten. Vaak weten we dat ze ervoor betaald worden. Soms weten we zelfs dat ze het zelf niet gebruiken. Toch aanvaarden we dat, omdat hun rol duidelijk is en hun status vertrouwen suggereert.
Wanneer iemand zonder podium, zonder status, zonder afstand iets deelt waar hij zelf ervaring mee heeft, en daar ook aan verdient, zijn we plots veel strenger. Misschien omdat het dichterbij komt. Misschien omdat het confronteert met onze eigen ideeën over geld en zuiverheid.
Waar het echt fout loopt
Voor mij zit het probleem zelden in het model. Het zit in het gedrag. In mensen die stoppen met nadenken en beginnen te herhalen. In overdreven enthousiasme dat geen ruimte laat. In communicatie die meer lijkt op een script dan op een gesprek. Blijven pushen tot je zou zwichten.
En ja, dan voelt het fout. En terecht ook.
Maar dat is geen exclusief netwerkmarketingprobleem. Dat gebeurt overal waar mensen sneller willen gaan dan hun eigen overtuiging aankan.
Hoe ik er zelf naar kijk
Ik ben het netwerkmarketing niet beginnen herdenken omdat ik het wilde verdedigen. Het gebeurde omdat ik merkte dat mijn afkeer minder ging over het systeem en meer over hoe weinig we bereid zijn om onze eigen aannames te onderzoeken.
Voor mij blijft het vertrekpunt simpel: spreken vanuit ervaring, eerlijk blijven over wat iets wel en niet doet, en aanvaarden dat niet alles voor iedereen bedoeld is. Netwerkmarketing kan daarin een plaats hebben. Niet als belofte, niet als shortcut, maar als één manier waarop waarde gedeeld wordt en inkomsten ontstaan.
Zoals vastgoed dat kan doen. Of ondernemen. Of kennis doorgeven.
Misschien is het ongemak rond netwerkmarketing vooral een uitnodiging om iets anders te bekijken. Niet het model, maar onze verhouding tot verdienen, vertrouwen en aanbevelen. Dat is geen conclusie. Dat is eerder een gedachte die blijft terugkomen, elke keer wanneer iemand zegt:
“Oei… ’t is netwerkmarketing zeker?”


